![]() |
|||
![]() |
|||
De oorsprong
van het dorp Strijensas – welke is gelegen aan de oever van het Hollands Diep –
moeten we zoeken in de graventijd (ca. 923-1299). Floris V bleek het graafschap
Strijen al eerder welgezind te zijn, hiervan getuige een speciale oorkonde uit 1269.
Hierin kregen alle ingezetenen van Strien het recht - zonder daarvoor te moeten
betalen – in de wateren van het totale graafschap Zeeland te varen. Ook hadden zij
dan tolvrijdom in de Heerlijkheid Nieuwervaart welke tot De Klundert behoorde. Uiteindelijk
ontstond na de vele dijkdoorbraken het Sasse-gebied.
Het gebied van Strijen, met inbegrip van datgene wat later het aangroeisel Sas zou opleveren, vroeg reeds in de 14e eeuw om een ontsluiting naar het buitenwater. Na een nieuwe overstroming in 1421 stroomde het water tot aan de Heilige Geestdijk (oude naam voor de Strijensedijk), waarna bij de val van het water veenputten verdwenen en dikke kleilagen overbleven.
Op dat moment
ontstond in het buitendijkse land een rijk geschakeerd scala van gorzen en slikken,
deze zouden later bij de indijking van de polders Oud - (1553) en Nieuw Bonaventura
(1593) haar definitieve gestalte krijgen. Tijdens de inpoldering van het gebied
dat de naam Strijense Polder zou gaan dragen (1647) kreeg Strijensas zijn officiële
vormgeving. Na de aanleg van een sluis in 1649 ontstond in feite het Strijensche
Sas. Deze oude naam, welke is vermeld in het procesverbaal der grensbepaling van
het grondgebied van de nieuwe gemeente Strijensche Sas, werd d.d. 7 juni 1817 officieel
vastgelegd.
In 1602 werd de aanleg van de nieuwe Strijensche Haven voltooid en in 1773 werd de draaibrug over de sluis van Sas vervangen door een houten ophaalbrug. De houten draaibrug werd op haar beurt in 1908 weer vervangen door een stalen ophaalbrug. Deze heeft door zijn afbeelding en silhouet z’n schilderachtige karakter aan Sas verleend.
In het tijdvak 1803 – 1813 heeft Strijensas voor het kleinste aantal jaren tot Strijen en voor het grootste aantal jaren tot Klundert behoord.
| Bron: A.H.
van Heusden
|